Voor steeds meer Nederlandse ondernemers is het niet langer de vraag óf ze hun financiële toekomst anders moeten organiseren, maar waar.
De voortdurende wijzigingen in box 3, de discussie over belasting op werkelijk rendement en de onzekerheid over toekomstige belastingregels zorgen ervoor dat ondernemers met vermogen steeds vaker over de grens kijken. Niet noodzakelijk om belasting te ontwijken, maar om hun vermogen onder te brengen in een land met een stabieler en voorspelbaarder fiscaal klimaat.
En dan komt Frankrijk verrassend vaak in beeld.
Jarenlang was spaargeld voor ondernemers een veilige buffer. Maar juist het aanhouden van grote privévermogens in Nederland wordt fiscaal steeds nadrukkelijker bekeken.
Van geld op de Nederlandse bank naar Franse stenen
Het Nederlandse kabinet werkt bovendien aan een nieuw box 3-stelsel waarbij vanaf 2028 het werkelijke rendement het uitgangspunt moet worden. Het wetsvoorstel is inmiddels door de Tweede Kamer aangenomen, maar moet nog door de Eerste Kamer. De precieze uiteindelijke vorm staat dus nog niet volledig vast.
Die onzekerheid alleen al zorgt voor beweging.
Ondernemers vragen zich af: waarom zou ik een groot bedrag op een Nederlandse bankrekening laten staan wanneer ik dat vermogen ook kan gebruiken voor een woning in Zuid-Frankrijk die mijn nieuwe hoofdverblijf wordt?
Daarbij gaat het niet alleen om rendement. Het gaat om een combinatie van vermogensplanning, levenskwaliteit en fiscale voorspelbaarheid.
Geld lenen van de eigen BV
Voor DGA’s bestaat daarnaast een interessante mogelijkheid: geld lenen van de eigen BV voor de aankoop van een woning.
Daarbij is enige nuance belangrijk. Geld uit de BV halen door het simpelweg naar privé over te boeken is iets heel anders dan geld lenen. Een lening moet daadwerkelijk een lening zijn en aan zakelijke voorwaarden voldoen. De BV moet rente ontvangen en afspraken over rente, aflossing en zekerheden moeten zakelijk zijn vastgelegd.
Nederland kent bovendien de regeling excessief lenen. In beginsel wordt bij meer dan €500.000 schuld aan de eigen BV het meerdere belast in box 2. Maar voor een kwalificerende eigenwoningschuld bestaat een belangrijke uitzondering. Voor nieuwe eigenwoningschulden moet daarvoor in beginsel een hypotheekrecht ten gunste van de BV zijn gevestigd.
Dat maakt een constructie denkbaar waarbij een ondernemer zijn vermogen niet eerst als dividend uit de BV hoeft te halen, maar onder zakelijke voorwaarden vanuit de BV financiert.
Dit is nadrukkelijk maatwerk. Zeker bij emigratie naar Frankrijk moet vooraf door een Nederlandse én Franse fiscalist worden beoordeeld hoe de lening, woning en fiscale woonplaats in de individuele situatie worden behandeld.
Een huis in Frankrijk als nieuwe hoofdwoning
Vervolgens komt Frankrijk in beeld.
Stel dat een ondernemer daadwerkelijk naar Frankrijk verhuist en daar zijn hoofdwoning koopt. Zijn Franse huis wordt dan niet zomaar een tweede woning of vakantiehuis, maar het centrum van zijn nieuwe leven.
En dat onderscheid is belangrijk.
Alleen een Frans adres nemen is namelijk onvoldoende. Frankrijk kijkt onder meer naar waar het gezin normaal woont, waar iemand hoofdzakelijk verblijft en waar de belangrijkste beroepsactiviteit wordt uitgeoefend. Wie daadwerkelijk emigreert, moet zijn leven dus ook daadwerkelijk verplaatsen.
Het moet een echte verhuizing zijn, geen papieren verhuizing.
En wat gebeurt er met het huis in Nederland?
Dat hoeft niet noodzakelijk verkocht te worden.
De voormalige Nederlandse woning kan bijvoorbeeld worden verhuurd. Afhankelijk van de omstandigheden kan dat rechtstreeks aan een huurder, via een professionele verhuurmakelaar of – wanneer daar een zakelijke reden voor bestaat en de voorwaarden correct zijn – in een structuur waarbij de eigen onderneming betrokken is.
Hier moet wel zorgvuldig naar worden gekeken. Een woning die niet langer het hoofdverblijf is en wordt verhuurd, krijgt fiscaal een andere behandeling. Voor iemand die buiten Nederland woont, blijft Nederlands onroerend goed bovendien in Nederland fiscaal relevant. De Belastingdienst vermeldt expliciet dat een buitenlandse belastingplichtige Nederlands onroerend goed, waaronder een verhuurd pand, in Nederland moet aangeven.
Emigreren betekent dus niet dat een Nederlandse woning ineens buiten het bereik van de Nederlandse fiscus valt.
Waarom Frankrijk interessant wordt voor vermogen
Hier ontstaat een interessant verschil met Nederland.
Frankrijk heeft geen algemene jaarlijkse vermogensbelasting over spaargeld, aandelen en andere financiële bezittingen die vergelijkbaar is met de Nederlandse box 3-heffing.
Frankrijk heeft wel de Impôt sur la Fortune Immobilière (IFI).
Zoals de naam al zegt, richt deze belasting zich op vastgoedvermogen. Spaargeld op zichzelf valt niet onder de IFI; vastgoed en bepaalde direct of indirect gehouden vastgoedbelangen wel.
En de grens ligt relatief hoog.
Pas wanneer het netto belastbare vastgoedvermogen meer dan €1,3 miljoen bedraagt, komt de IFI in beeld.
Een woning van €1,3 miljoen betekent niet automatisch vermogensbelasting
Dat wordt vaak verkeerd begrepen.
De grens van €1,3 miljoen gaat niet simpelweg over de aankoopprijs van één huis. Het gaat om het netto belastbare vastgoedvermogen van het fiscale huishouden, waarbij afhankelijk van de situatie bepaalde schulden kunnen worden meegenomen.
Bovendien geldt voor de Franse hoofdwoning in beginsel een 30% korting op de marktwaarde voor de berekening van de IFI.
Een hoofdwoning met een marktwaarde van bijvoorbeeld €1,5 miljoen vertegenwoordigt voor deze berekening daardoor in beginsel €1,05 miljoen vóór verdere toepasselijke correcties.
Dat zet het begrip “vermogensbelasting in Frankrijk” in een heel ander perspectief.
En boven €1,3 miljoen?
Ook dan ontstaat niet onmiddellijk een gigantische belastingrekening.
De IFI is progressief. De officiële tarieven lopen van 0% tot uiteindelijk 1,5% voor zeer grote vastgoedvermogens. De eerste schijf tot €800.000 wordt tegen 0% belast, waarna de tarieven stapsgewijs oplopen. De heffingsplicht ontstaat zodra het netto belastbare vastgoedvermogen boven €1,3 miljoen komt.
Daardoor hebben we bij vermogens rond deze grens eerder een discussie over duizenden euro’s per jaar dan honderdduizenden euro’s.
Dat is een belangrijk verschil in perceptie.
Frankrijk wordt in Nederland nog vaak gezien als een land met extreem hoge vermogensbelastingen. Sinds de oude algemene Franse vermogensbelasting is vervangen door de IFI is dat beeld voor mensen met vooral ondernemings- en financieel vermogen veel genuanceerder.
Van Nederlandse stenen naar Franse stenen
Daarmee ontstaat een strategie die we steeds vaker zien.
Een Nederlandse ondernemer heeft vermogen opgebouwd in zijn onderneming en privé. Een groot deel daarvan staat op de bank of zit in de overwaarde van een Nederlandse woning.
In plaats van alles in Nederland te laten staan, wordt gekeken naar een andere inrichting:
- daadwerkelijk emigreren en fiscaal inwoner worden van Frankrijk;
- een woning in Frankrijk kopen en deze als hoofdverblijf gebruiken;
- eventueel een deel van de aankoop financieren via een zakelijke lening vanuit de eigen BV;
- de Nederlandse woning verkopen of professioneel verhuren;
- en spaargeld dat niet als liquiditeitsbuffer nodig is gedeeltelijk omzetten in vastgoed.
Het resultaat is niet “geen belasting”.
Dat bestaat vrijwel nergens.
Het resultaat kan wél een andere verdeling van bezit, inkomen en belastingheffing zijn – gecombineerd met iets wat op geen enkele belastingaangifte staat: levenskwaliteit.
Want uiteindelijk gaat het niet alleen over belasting
Dat is misschien wel het belangrijkste punt.
Niemand zou uitsluitend vanwege belasting naar Frankrijk moeten verhuizen.
Maar wanneer je als ondernemer toch nadenkt over de komende tien of twintig jaar, kan de rekensom ineens interessant worden.
Waarom €1 miljoen of meer betalen voor een woning in Nederland wanneer datzelfde vermogen ook kan worden ingezet voor een villa in Zuid-Frankrijk?
Waarom vermogen jarenlang uitsluitend op Nederlandse spaar- en beleggingsrekeningen aanhouden wanneer je een gedeelte kunt investeren in een tastbaar bezit dat je iedere dag gebruikt?
En waarom wachten tot de Nederlandse fiscale regels opnieuw veranderen wanneer je nu al kunt onderzoeken welke internationale structuur bij jouw toekomst past?
Frankrijk is geen belastingparadijs – en dat hoeft ook niet
Frankrijk heft belasting. Soms stevig.
Maar het grote verschil is dat het Franse systeem op belangrijke punten anders naar vermogen kijkt dan Nederland. De IFI richt zich specifiek op vastgoed en begint pas boven €1,3 miljoen netto belastbaar vastgoedvermogen. Voor de eigen hoofdwoning bestaat bovendien de 30%-waardevermindering voor de IFI.
Voor Nederlandse ondernemers met een eigen BV, spaargeld en overwaarde kan het daarom interessant zijn om niet alleen te vragen:
“Hoeveel belasting betaal ik als ik in Nederland blijf?”
Maar ook:
“Hoe ziet mijn financiële én persoonlijke leven eruit als ik mijn hoofdwoning naar Frankrijk verplaats?”
Dat is een totaal andere vraag.
En voor steeds meer ondernemers blijkt het antwoord verrassend aantrekkelijk.
Wie braaf blijft wachten tot de Eerste Kamer een besluit neemt, is te laat. Wie vooruit denkt, neemt vandaag nog contact met ons op.
Belangrijk
Emigratie, een lening vanuit de eigen BV, verhuur van Nederlands vastgoed en het verkrijgen van Franse fiscale residentie hebben Nederlandse én Franse fiscale gevolgen. De exacte uitkomst verschilt sterk per persoon. Laat daarom vóór emigratie en vóór het afsluiten van een BV-lening de structuur beoordelen door adviseurs die zowel de Nederlandse als de Franse fiscale regels en het belastingverdrag kennen.
Living on the Côte d’Azur geeft geen fiscaal advies. Wij begeleiden internationale kopers bij het vinden en aankopen van vastgoed in Zuid-Frankrijk en kunnen kopers waar nodig in contact brengen met gespecialiseerde fiscalisten, notarissen, hypotheekadviseurs en andere professionals.


